• Nederlands
  • Engels
De SC530 verzorgt in Nederland de eisen op het gebied van asbestverwijdering. In deze regeling wordt met name ingegaan op de arbeidsveiligheid en het voorkomen van de verspreiding van asbest naar mens en milieu.

Per 1 februari 2012 treden er nieuwe certificatieschema's in werking voor bedrijven die volgens SC530 werken. De verandering moet ertoe leiden dat de eisen beter toetsbaar zijn en dat voor afwijkingen duidelijk is welke sanctie daarop volgt. De stelselherziening wordt gefaseerd doorgevoerd.

De eerste fase van de stelselherziening gaat onder andere over asbest en persoonlijke beschermingsmiddelen. Hieronder volgt meer informatie over de aangepaste richtlijnen.

Nieuwe verpakkingseisen

De totale verpakkingsdikte moet minimaal 200 micron zijn. 2x100 micron voldoet (maar 1 x 50 micron + 1 x 150 micron voldoet ook, etc.) Zolang de totale verpakkingsdikte maar op 200 micron uitkomt, ongeacht het aantal lagen.

Met betrekking tot de tolerantie
Formeel is het zo dat de minimale tolerantie uit moet komen op of boven de 200 micron, bijvoorbeeld:
  • 210 micron met tolerantie van 6% voldoet niet (minimale dikte 197,4 micron)
  • 210 micron met tolerantie van 3% voldoet wel (minimale dikte 203,7 micron)
In de artikelomschrijvingen van de betreffende verpakkingsmiddelen staan de juiste diktes omschreven.

Werken in de buitenlucht bij lage temperaturen

Bij het in de buitenlucht bij lage temperaturen verrichten van asbestverwijderingswerk waarbij met buitenlucht-aangedreven volgelaatsmaskers wordt gewerkt, moet ook met andere Arbo-factoren rekening worden gehouden dan alleen met de factor 'blootstelling aan asbestvezels'.

Uit de voor het specifieke werk op te stellen risico-inventarisatie en -evaluatie moet het volgende duidelijk worden:
  • Tot welke minimum temperatuur het stoffilter en de apparatuur kan worden gebruikt volgens de bij het stoffilter behorende gebruiksaanwijzing c.q. productspecificatie;
  • Tot welke maximale luchtvochtigheidsgraad het stoffilter kan worden gebruikt volgens de bij het stoffilter behorende gebruiksaanwijzing c.q. productspecificatie.
  • Tot welke minimum temperatuur het ademhalingsbeschermingsmiddel kan worden gebruikt volgens de bij het ademhalingsbeschermingsmiddel behorende gebruiksaanwijzing c.q. productspecificatie; Toelichting: Het risico bestaat namelijk dat de materialen van het ademhalingsbeschermingsmiddel zodanig verstijven dat het gevaar bestaat dat het masker niet meer voldoende functioneert; denk aan o.m. het terugslagventiel, de afdichting van het masker. Hiervoor moeten de instructies van de fabrikant van het volgelaatmasker worden geraadpleegd).
  • Hoe lang het werken bij de heersende temperatuur verantwoord is; Toelichting: Verstijving van ledematen, sterke afkoeling van het gezichtoppervlak, tranende ogen, etc. zijn indicatoren om het werk onmiddellijk te beëindigen. Hierbij is de gevoelstemperatuur (temperatuur onder invloed van de windkracht) van belang;
  • De te nemen maatregelen om uitglijden van ladders, platforms, e.d. te voorkomen;
  • De te nemen maatregelen om het functioneren van het gereedschap en het materieel (bijvoorbeeld de decontaminatiewagen) onder koude omstandigheden zeker te stellen.
Tijdens het werk dient de heersende buitentemperatuur en de luchtvochtigheid op de werkplek te worden gemeten en elk half uur te worden gecontroleerd. Het personeel dient tevoren duidelijke instructies te ontvangen en kan het werk beëindigen wanneer daartoe gezondheidsredenen en/of veiligheid aanleiding geven. >> Een handig hulpmiddel hiervoor is de Monox DC2000 handregistratiemeter <<